De wereld ontdekken

Gepubliceerd op 15 mei 2022 om 09:00

Ik hou van ontdekken en ben behept met een fijne portie verlangen naar avontuur. Als kind al hield ik van de achterafsteegjes, de verstopte laantjes en de werelden die daar achter schuil gingen. Of het nu nieuwe, onontdekte straatjes waren in de buurt waarin ik woon, een ingrediënt in een recept dat ik nog niet ken of het ontdekken van een hele nieuwe wereld; ik word er heel gelukkig van. Zolang het maar iets onbekends in zich heeft.

Toen mijn ziekte net ontdekt was namen mijn ouders me mee naar ‘het buitenland’, om me nog zoveel mogelijk van de wereld te laten zien. En vanaf dat moment was ik verkocht. Er viel zoveel te ontdekken in die werelden over de grens! Andere gewoontes, prachtige natuur, onbekende mensen, overstaanbare talen en exotisch uitziend eten. Ik vond het allemaal geweldig. Mijn ouders lieten me kennismaken met de Europese cultuur in landen die dicht in de buurt lagen en mijn oom en tante namen me op mijn 19e drie weken mee naar Amerika. Dat smaakte naar zoveel meer. Ik droomde van verre reizen, me onderdompelen in vreemde culturen en het me eigen maken van nieuwe woorden, smaken, indrukken en ontmoetingen. Maar die droom leek zo ver weg. 

Lief en ik gingen graag op vakantie, maar ik was voortdurend zó verschrikkelijk moe, dat ik me vaak afvroeg of dit misschien mijn laatste vakantie zou zijn. Terwijl ik zó graag reisde. Op een dag waren we op de terugweg na een vakantie in Frankrijk. Ik keek vanuit onze volgestouwde auto naar de prachtige bergen om me heen en een traan biggelde over mijn wangen. Misschien was dit wel de laatste keer geweest dat ik bergen had gezien. Deze vakantie was ik het liefst de hele dag op mijn stoel blijven zitten met een boek op mijn schoot. Ik had geen idee waar ik de energie vandaan moest halen om naar het toilet te gaan, laat staan om de wereld te ontdekken. Ik piekerde erover en bracht mijn verdriet bij God. En toen hoorde ik ineens een stem diep van binnen zeggen: ‘Jij zult nog heel veel van de wereld gaan zien.’

Ik aarzel altijd om dingen te zeggen als: ‘En toen zei God tegen mij…’. Ik heb zowel bij mezelf als bij anderen te vaak gezien dat het soms wel erg veel weg lijkt te hebben van wishful thinking en in het gevaarlijkste geval zelfs van manipulatie. Soms ben ik ook flink op mijn neus gegaan, omdat ik dàcht dat God iets tegen mij had gezegd, maar het uiteindelijk vooral mijn eigen verlangen bleek dat sprak. En dus aarzelde ik om deze uitspraak serieus te nemen. Hij leek té mooi om waar te zijn. 

Toch gaf het me hoop. Hoop dat er niet alleen nog een toekomst voor mij in het verschiet lag, maar ook nog eens een toekomst waarin mijn (totaal onbelangrijke, maar toch...) dromen uit zouden komen. Ik had inmiddels geleerd om dingen die ik hoorde terug te leggen bij God. ‘Heer, dit lijkt bijna te mooi om waar te zijn. Maar als U het bent die dit zegt, dan ben ik heel benieuwd wat de toekomst gaat brengen en ga ik graag met U het avontuur aan.’

Een aantal jaar later trouwde een vriend van ons met een prachtige Chinese dame en wij hadden het voorrecht om hun ceremoniemeesters te zijn. Zo kwamen we niet alleen met de bruid, maar ook met haar Chinese vrienden- en familiekring in contact. Er ging een hele nieuwe wereld voor ons open. Een wereld met gewoontes en gebruiken die ons soms vreemd in de oren klonken en die we niet altijd begrepen. Maar aangezien ze vanaf nu onderdeel uit zou gaan maken van onze vriendschap, wilden we haar graag beter leren begrijpen en daar is maar één manier de beste voor: het vliegtuig pakken en je onderdompelen in een wereld die soms het compleet tegenovergestelde lijkt te zijn van de jouwe.

We vertrokken met onze vrienden naar China en hadden er een geweldige tijd. We leerden wat cultuur met je doet, we leerden hoe leuk het is om andere gebruiken mee te maken, we leerden hoe heerlijk én vies het eten in een jou totaal onbekende wereld kan zijn en we hadden vooral veel plezier. Mijn verlangen naar reizen werd hierdoor alleen maar groter.

Ik had één hele grote droom. Op mijn bucketlist prijkte die al jaren op eenzame hoogte bovenaan. Vanaf het moment dat ik mijn uitkering kreeg van de overheid, was ik een klein meisje gaan sponsoren in Indonesië. Ze heette Alvi. Ik ontwikkelde een band met haar die ik later met geen enkel sponsorkind nog zo ervaren heb. Ze schreef me vaak op precies het juiste moment de juiste dingen die voor mij rechtstreeks van God kwamen, terwijl ze zoveel jonger was dan ik. Ik was een beetje van haar gaan houden wilde niets liever dan haar op een dag ontmoeten. En in 2011 ging die droom in vervulling.

We pakten het vliegtuig naar Indonesië en maakten een lange reis over Java. Daar heb ik echt voorgoed mijn hart aan Azië verloren. Een wereld die zo anders is dan de onze dat het onvoorstelbaar is, totdat je er zelf geweest bent. De idiote drukte in het verkeer, de geuren, de rijstvelden, de jungle, de dieren, de mensen, de gebruiken, ik vond het bijna allemaal even geweldig. Op iedere straathoek wachtte een nieuw avontuur. Meestal heel erg leuk, soms ook helemaal niet leuk, maar altijd leerden ze ons weer iets nieuws wat we voor de rest van ons leven als bagage met ons mee zullen dragen. Met als absoluut hoogtepunt onze ontmoeting met Alvi en haar familie.

Na onze reis naar Indonesië volgden er nog vele meer, naar alle uithoeken van de wereld. Ik heb zoveel mogen zien en mogen leren tijdens al die reizen. Ik heb gezien hoe arrogant we in het westen zijn, denkend dat onze manier van leven de enige juiste is. Ik heb geleerd hoe snel we hier mopperen op omstandigheden, daar waar we het eigenlijk zó goed hebben. Toen we in China waren had ik een rolstoel mee waar de band voortdurend vanaf liep, wat op zijn zachtst gezegd niet erg handig is als je er afhankelijk van bent. We mopperden veel op het ding. Totdat we op een dag een man voorbij zagen komen zonder benen, op zo’n verhuisplankje op wieltjes. Hij bewoog zich voort met de knokkels van zijn handen, wat de nodige wonden veroorzaakten. Zijn handen waren dan ook in een smerig verband gewikkeld. Dat was het moment waarop ik besloot vooral heel dankbaar te zijn voor mijn rolstoel. 

Toen we Alvi bezochten, vroegen ze ons in welk hotel we logeerden. De begeleiders van Alvi vertelden ons dat ze namelijk gehoord hadden van een erg luxe hotel in hun stad waar ze iets heel bijzonders hadden! Namelijk stromend water! En dat niet alleen! Ze hadden er ook nog WARM stromend water! Ik schaamde me dat het zelfs nooit in mij opgekomen was dat dit voor een zeer groot deel van de wereldbevolking niet vanzelfsprekend is en sta tot op de dag van vandaag regelmatig dankend onder de douche, dankbaar dat wij stromend water hebben wat ook nog eens warm is. Met mijn ziekte zou ik werkelijk niet zonder kunnen, omdat ik het vaak nodig heb om mijn tot op het bot verkleumde lijf weer op te warmen.

Ik heb duidelijk gezien dat we hier in Nederland, hoe moeilijk we het hier soms ook hebben, financieel gezien tot de 1% rijkste mensen op aarde behoren. Ik heb gezien hoe goed we het hier hebben, met ons gezondheidsstelsel, onze huisvesting, ons sociale zorgstelsel, ons onderwijsstelsel, onze democratisch gekozen overheid en onze goed gevulde supermarkten. Natuurlijk zie ik ook de mitsen en maren, de tekortkomingen daarvan en de risico’s. Maar 1 ding staat voor mij als een paal boven water: als je het geluk hebt dat je wieg in Nederland stond of dat je op latere leeftijd in Nederland bent komen wonen, ben je een rijk gezegend mens en sta je al met 20-0 voor op 99% van de wereldbevolking. En dat geeft mij wat mij betreft een stuk minder redenen om te mopperen.

Ik kan nog steeds met verwondering terugkijken naar het moment dat God (want daar ben ik nu wel van overtuigd) me zei dat ik nog heel veel van de wereld zou zien. Wat heeft Hij dat waar gemaakt! En wat heeft Hij me daarin rijk gezegend en nieuwe hoop gegeven voor de toekomst. Tegelijkertijd besef ik dat het een banaliteit is. Er zijn zoveel dingen die zoveel belangrijker zijn dan reizen en genieten van het leven. Maar het heeft mij laten zien dat God een goede God is Die ook in de kleine dingen voor mij wil zorgen. Het heeft me laten zien hoe rijk ik ben, ondanks alles wat ik niet heb. En het heeft me laten zien hoe nietig ik ben en hoe nietig mijn mening is. Dat de wereld veel te groot is om te bevatten en dat mijn eigen mening werkelijk niets voorstelt in het grote geheel. En die lessen zijn voor mij rijkdom.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Christa Lensink
een maand geleden

Wat prachtig weer Moniek πŸ™ŒπŸΌπŸ«Ά Fijne vakantie daar waar je nu weer mag genieten van die grote interessante mooie wereld!
Ik geniet zo een klein beetje (veel) 😘

Moniek
een maand geleden

Love you πŸ’•