Rouwen om iemand die er nog is
Ze begreep hem niet meer. Niet dat ze er geen pogingen toe deed. Ze had geluisterd naar hem. Ze had geprobeerd hem te wijzen op de dingen die niet klopten in zijn redeneringen. Ze was boos en gefrustreerd geweest en had hem dat voor de voeten geworpen. Maar niets hielp. Hij leek steeds verder weg te zakken in zijn eigen, onnavolgbare wereldje. Ze werd er moedeloos van. Toen de diagnose kwam was dat in eerste instantie een opluchting. Het lag niet aan haar. En ook niet aan hem. Hij was ziek en kon er niets aan doen. Maar al snel werd ze overspoeld door verdriet. Want deze diagnose was niet alleen een verklaring voor zijn gedrag, maar betekende ook dat ze de man die ze al die tijd gekend had en waar ze zoveel van hield voorgoed kwijt was, ook al was hij nog in leven.