Het leven loslaten

Gepubliceerd op 15 maart 2026 om 08:00

Ze gaat verhuizen. Terwijl ze dat niet wil. En deels is dat mijn schuld.

Ik kom inmiddels al jaren bij haar over de vloer. Jaren waarin ze zich vakkundig in mijn hart wist te nestelen. Ze was een tiener in de oorlog. Woonde daarna jaren zelfstandig in het buitenland. Totdat de man die later hààr man zou worden haar een ultimatum stelde en ze terug verhuisde naar Nederland om met hem een gezin te beginnen. Ze is trots op haar kinderen. En zo mogelijk nog trotser op haar kleinkinderen. Maar eerlijk is eerlijk, ik denk dat ze tegelijkertijd niet de makkelijkste voor hen is.

Uren heb ik naar haar verhalen geluisterd. Over de leren schoenen die ze kreeg als kind. En hoe overstuur ze was nadat ze er met een fanatiek potje knikkeren krassen op gemaakt had. Hoe haar broers haar plaagden. Hoe ze op een indrukwekkende manier vormgaf aan haar werkzame leven. Vooral indrukwekkend omdat ze als vrouw in de jaren '50 voor het ministerie in het buitenland werkte. Wat de mores was onder de mensen met wie ze samenwerkte (niet best!). En hoe het haar lukte om in al die tijd haar rug recht te houden en niet mee te doen met haar collega's, hoe groot de verleiding ook was. Hoe haar man geduldig op haar wachtte tot ze klaar was voor een huwelijk...maar haar uiteindelijk ook voor het blok zette omdat dat nodig was. Dat vind ze zelf ook. En hoe ze hem mist. Nu al vele, vele jaren.

Het afgelopen jaar heb ik haar van een zelfstandige, parmantige vrouw die zich niets liet gezeggen zien veranderen in een kwetsbaar musje voor wie alles eigenlijk teveel is. Ze haalde steeds meer door elkaar. Verloor vrienden. Werd steeds eenzamer. Haar gehoor ging achteruit. Ze ging moeizamer lopen. At alleen omdat het moest - en vond zelf zelden dat het moest. 

Ik wist dat ze slecht at. En dat ze dol was op soep. Want in het gezin waar ze opgroeide stond er altijd een pan soep op het fornuis. Soep smaakte naar thuis. Dus bracht ik zo af en toe een pannetje soep. Als ze niet opendeed liet ik mezelf binnen - en trof haar dan niet zelden op bed, waar ze dan al de hele dag lag. Want er kwam toch niemand en beneden was het groot en koud en leeg.

Ik was bang dat ik haar op een dag zou vinden. En dat ik dan degene zou zijn die haar kinderen moest bellen. En dus belde ik haar kinderen. Om te zeggen dat ik me zorgen maakte om hun moeder. Dat ik vond dat het zo niet langer ging.

Ze wonen ver weg, maar deden hun best. Kwamen vaker langs. Regelden meer zorg. Maar ze ging steeds verder achteruit. Tot niemand het meer verantwoord vond en besloten werd om hun moeder te verhuizen naar een verzorgingshuis bij hen in de buurt.

Volgende week is het zover. En het raakt me diep. Om te zien hoe zo'n zelfstandige vrouw steeds meer zelfstandigheid in moet leveren.

Eerst de auto. En de vrijheid die het haar bracht.

De vriendschappen die ze los moest laten omdat mensen te ziek werden om nog langs te komen of zelfs overleden.

Het huishouden wat ze steeds meer over moest laten aan anderen, maar waar ze als een generaal over bleef waken. 'Dat nieuwe meisje? Die heb ik gezegd dat ze niet meer hoeft te komen. Ze stofzuigt de kleden in plaats van dat ze ze uitklopt. Kun je je dat voorstellen?' Ik had het geluk dat ze zelden een stilte liet vallen die lang genoeg was om antwoord te geven. Want uiteraard kon ik me dat voorstellen.

Beslissingen nemen over haar eigen eten, omdat de kinderen (terecht!) kant en klaar maaltijden voor haar kochten toen ze zelf niet meer kon koken.

Het overzicht kwijt raken over alle zaken die het leven met zich meebrengt en die nou eenmaal geregeld moeten worden en daar nachtenlang van wakker liggen.

En uiteindelijk dusdanig het overzicht kwijtraken dat je alles door elkaar haalt en niet meer weet dat je me voor de vierde keer een verhaal vertelt in het halve uurtje dat ik er ben.

Ik kan deze dagen de gedachten aan haar maar moeilijk loslaten. Ze is bezig het leven los te laten. Haar zelfstandigheid. Haar vertrouwde wereld. Het huis waarin haar kinderen opgroeiden. Voor de laatste keer je eigen afwas doen. De gordijnen dichtschuiven voor alles wat je kent. Slapen in het bed wat je meer dan 40 jaar lang hebt gedeeld met de liefde van je leven. En dat met een hoofd waarin slechts zo af en toe de mist nog optrekt. Het raakt me diep. Iedereen wil oud worden, maar oud zijn is vaak alles behalve makkelijk.

Ik belde haar van de week. 'Mag ik langs komen?' Haar antwoord was resoluut: 'Nee! Ik lig in bed en ik wil niet dat je me zo ziet.' Ik drong aan, omdat ik achter haar bruuskheid de tranen hoorde. 'Ik heb u al vaker zo gezien. Ik vind het echt geen probleem.' Vervolgens de kwetsbaarheid en een verdrietig 'Ja, nou weet ik het allemaal niet meer hoor!'.

Ik liet mezelf binnen. En vond een zielig vogeltje op bed. Ik liet haar praten. En zag dat er steeds meer vuur in haar terugkwam. Ze wilde discussiëren over de stand van Nederland. Trumps politieke spel. Wat ik daar nou van vond. Om me vervolgens, zoals ik van haar gewend ben, geen ruimte te geven om te vertellen wat ik daar nou van vond. 'Als jij hier bent laat je mij altijd praten. Ik stel je wel vragen, maar jij antwoordt nooit.' Inwendig grinnik ik. Heel even is ze weer haar oude zelf. Zoals ik haar gekend heb. 'Je was ook gewoon heel eenzaam' denk ik.

Als ik wil gaan, begint ze te rekken. Ik ken die tactiek inmiddels van haar. Maar ik ben moe en moet echt gaan. We weten allebei dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat we elkaar zien. Ze wordt verdrietig, pakt mijn handen vast en zegt: 'Ik wil geen afscheid nemen.' 'Dan doen we dat toch niet?' zeg ik. 'Dan zeggen we toch gewoon tot ziens?'

Ik geef haar een knuffel. Zij mij een kneepje in mijn handen. Ik zwaai bij de deur en stuur haar een handkuszoen. Deze vormen van genegenheid is ze niet gewend, maar ze doet onhandig en aandoenlijk lief haar best om ook een handkuszoen terug te sturen.

'Tot snel!' zegt ze, alweer vergeten dat dit een afscheid was.

Wat zal ik haar missen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.